Zeven dingen die je moet weten over de universiteit

Morgen starten de lessen aan de universiteit en voor vele eerstejaars zal dat even spannend zijn. De universiteit is natuurlijk totaal verschillend van het ‘goede oude middelbaar’ en daarom zijn er dus een aantal dingen die je zeker moet weten over de universiteit! Met mijn twee jaar aan unief-ervaring vertel ik je alles over het reilen en zeilen van het uniefleven.   #1: Je krijgt er les in aula’s met 400 medestudenten. Vaarwel kleine klaslokaaltjes en klasjes van 20 leerlingen. Aan de universiteit zal je waarschijnlijk je eerste schooldag met nog zo’n 400 medestudenten zenuwachtig doorbrengen in gigantisch grote aula’s. Aula’s zijn zalen waar soms zelfs meer dan 600 studenten een plaatsje kunnen innemen. Je hebt er klapbankjes om je schriften op te leggen en een professor -want zo heet dat op het unief- die met een microfoon rondloopt om zijn les te geven.

Misschien wel één belangrijke tip: sommige professors gaan op zoek naar antwoorden in de zaal en de kans dat je een microfoon onder je neus geduwd krijgt is redelijk groot als je je aan de buitenkant van de rij banken zet. Zet je dus ergens veilig in het midden en kom zeker niet te laat! Anders kan het wel eens gebeuren dat een prof speciaal voor jou stopt met de les tot jij jouw plekje gevonden hebt. Gênant!

#2: De meeste cursussen zijn in het Engels. Net zoals in het middelbaar heb je voor elk vak een cursus die je moet leren. Klein verschilpuntje: op de universiteit zijn deze meestal in het Engels geschreven, ook wel ‘readers’ genoemd. Nadeel hiervan is dat het dus echt veel moeilijker leest en je af en toe wat moeilijke begrippen moet opzoeken wanneer je aan het studeren bent. Een tweede nadeel is dat deze ‘cursusjes’ soms zelfs meer dan 600 pagina’s bevatten…

#3: Je doet aan zelfstudie. In het middelbaar gaf de leerkracht je vaak oefeningen of een onverwachte toets in de les. Op het unief is dit niet zo: de prof geeft enkel de theoretische basis in de lessen en verwacht van jou om thuis dit zelf in te studeren. Dit is dus wel één van de grootste aanpassingen: je moet namelijk zelf met je leerstof bezig zijn buiten de lessen en zelf weten wanneer je moet beginnen met studeren. Een goede planning is dus zeker een must!

#4: Je staat er toch niet alleen voor. Veel studenten weten dit niet of maken er gewoon geen gebruik van, maar er bestaan zeker enkele hulpmiddelen voor bij het studeren! Zo heeft elke faculteit een eigen studiebegeleidingsdienst. Dit zijn telkens twee of meer begeleiders die je onder andere helpen met het opstellen van een studieschema of examenplanning. In het eerste jaar aan de universiteit kan je vaak ook deelnemen aan monitoraatsessies, waarbij een assistent uitlegt welke vragen je op het examen kan verwachten, de leerstof verduidelijkt of die je zegt hoe je dat vak moet instuderen. Dan kan je een aardige voorsprong geven op het examen!

 #5: Maak notities en doe dat op de manier die voor jou werkt. Je hebt twee kampen: het old school pen en papier-kamp en het digitale notities-kamp. Uit eigen ervaring werkt pen en papier voor mij beter. Ik kan er meer uit de les mee onthouden omdat ik het al eens ‘echt’ heb neergepend. Voor anderen is hun laptop dan weer de holy grail van notities maken, want het gaat natuurlijk een stuk sneller en je krijgt er geen kramp aan je vingers mee. Zorg er wel voor dat je, wanneer je je computer meeneemt, ook echt notities maakt en niet de drie andere banken achter je gaat afleiden door dramatische Facebook-gesprekken of spelletjes die je aan het spelen bent. Want dan kan je beter uit respect voor je mede-studenten thuisblijven.

#6: Elk vak verdient een andere studie-aanpak. Een veelvoorkomende fout bij eerstejaarsstudenten is dat ze vaak elk vak op dezelfde manier instuderen, een fout die ik zeker zelf ook gemaakt heb. Dit is iets dat je waarschijnlijk hebt aangeleerd op het middelbaar: of het nu Aardrijkskunde of Biologie was, je leerde meestal alles gewoon vanbuiten. Op de universiteit moet je je studie-aanpak per vak een beetje aanpassen. Tips? Kijk naar de vraagstelling op het examen. Niet elk vak geeft enkel om feiten en vanbuiten leren, soms is inzicht net belangrijker. De juiste studie-aanpak per vak aanleren is natuurlijk wel een trial-en error proces: bij dit vak lukt die aanpak goed, terwijl je bij dat andere vak net iets anders moet uitproberen.

#7: Je lessenrooster ziet er waarschijnlijk heel anders uit. Op het middelbaar had ik van maandag tot vrijdag elke dag les van halfnegen ’s ochtends tot halfvier in de namiddag. Mijn eerste jaar op de universiteit was hiermee vergeleken totaal anders! Ik had elke maandag vrij en begon vaak pas om 11 uur met mijn eerste lessen. Soms had ik vier uur geen les en moest ik dan om 6 uur ’s avonds nog naar school gaan voor twee uurtjes les. Persoonlijk vond ik deze aanpassing wel leuk: ik had veel ‘vrij’ en moest niet elke dag vroeg uit mijn bed kruipen. Natuurlijk hangt dit wel een beetje van je opleiding af: ik had zo’n 22 uur les per week, maar Burgerlijke Ingenieurs bijvoorbeeld hebben dan weer elke dag acht uur les!

Ga jij naar de universiteit, de hoge school of zit je nog op het middelbaar?

Advertenties

16 gedachtes over “Zeven dingen die je moet weten over de universiteit

  1. Heel herkenbaar! Ik heb inmiddels drie jaar bachelor en één jaar master achter de rug. Het eerste college vergiste ik mij gelijk door relatief vooraan te gaan zitten. Hallo microfoon! Oeps.

    Wat beginnen jullie colleges trouwens laat. Hier zijn we alweer sinds de eerste week van september aan het knallen, haha.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s